Verslag van het radiocafé Wormerveer op 15 januari 2007 door PvS
Onder het chassis zijn twee blokcondensatoren geplaatst voor de afvlakking op dezelfde wijze als in een oorspronkelijke Volksontvanger VE301W. Zodat ook de onderzijde enige gelijkenis zou vertonen met een echte Volksontvanger. Een condensator van 4 uF en een van twee maal 2uF, voldoende voor een goede afvlakking. Nu zijn echte condensatoren altijd beter dan electrolitische en kunnen daarom ook met een lagere capaciteit een behoorlijk rimpelloze hoogspanning verzorgen. De toch bij het beproeven aanwezige brom bleek dan ook beinvloeding van de detectorlamp door de gloeidraadvoeding. De 50 hertz brom wordt mee gemoduleerd met het HF signaal door de gelijkricht werking van de rooster detector. . Verwisselen van een der aard aansluitingen van de gloeidraad hielp niet, twee direct op de detector lampvoet aangesloten weerstanden van 47 ohm waarvan het midden geaard gaf het beste resultaat. Beter zou zijn om niet te aarden maar om een lage positieve spanning hieraan te verbinden. Bij gebruik van bijvoorbeeld een AL4 had ik dit midden van de gloeistroom weerstanden van 47 ohm kunnen verbinden met de kathode van de AL4 mits deze goed ontkoppelt is met een condensator van 25 uF. In veel gevallen wordt daar een goed resultaat mee bereikt. Het moeilijkst was de reconstructie van het afstem schaaltje. Een oude afstemschaal had wel de juiste diameter maar was niet geheel rond en er moest een stuk formica aan te pas komen om er een complete cirkel van te maken, zodat het aandrijfwieltje het geheel 180 graden rond kan draaien. Het kostte een dag om van het vrijwel gesloopt chassis weer een ontvanger te maken die toch met een vluchtige blik het uiterlijk vertoonde van een echte Volks ontvanger. De verkoop prijs viel in het niet bij de gemaakte uren, maar ik had het nu eenmaal beloofd het op te sturen . Een ding had dit toestel voor op het origineel dat ik reeds verzonden had, het is nog gevoeliger en speelt voortreffelijk.
Een doos zoeken om het in te pakken bleek de volgende dag niet meer nodig, de aardige mijnheer belde mij en vertelde er toch maar van af te zien en of ik zijn geld wilde terug storten. Ik vond het niet eens erg, zo,n zelfbouw is toch moeilijker om afstand van te doen dan een fabrieks apparaat. Daarbij toch weer een ontvanger met historie waar een leuk verhaal over te vertellen is. . Tijdens en lezing over dit toestel in Bassingerhorn voor een groep zendamateurs trof ik daar ook Anneke aan die zoals gewoonlijk weer zo,n vraag stelde , waarvan altijd ik denk doet zij dat soms om te horen of ik de vraag wel kan beantwoorden.. Zij vroeg of het gebruik van de raamantenne met ingebouwde HF versterker die ik gebruikte om voldoende antenne signaal te verkrijgen, geen invloed heeft op de detector werking. Omdat ik via een weerstand ( R7) de anode spanning heb ingesteld op de meest gunstige detector werking met gebruik van een normale antenne. Zij heeft gelijk., door de anode spanning te verlagen,
verkleinen we de rooster ruimte en wordt een betere detectie verkregen omdat we dan in het kromme deel van de karakterestiek werken.
Echter bij een groot ingangs signaal wordt het rooster zo ver negatief gemaakt dat de anode stroom wordt afgeknepen.. We bereiken nu tevens plaat ( anode ) detectie. Het door deze plaat detectie verkregen signaal is in fase omgekeerd aan het signaal van de rooster detectie. De LF uitgangsspanning neemt af ten gevolge van de tegenwerkende plaat detectie. Hierdoor komt het dat ontvangers met grote hoogfrequent versterking en roosterdetectie vaak precies in afstemming minder signaal leveren aan de daarop volgende laagfrequent versterker . Net even onder en boven de afstemming van het station is het signaal wel weer goed te ontvangen. . Het geeft de indruk dat het toestel een dubbele afstemming vertoond.
Het geluid is tevens door deze verstemming als men op een van de twee pieken instelt vervormd.
Het klinkt vrij scherp door afwezigheid van lage frequentie,s. Reden ook dat bij ontvangers met hoogfrequent versterking ( bijvoorbeeld Philips Super Inductances ) geen rooster maar plaat detectie wordt toegepast.
Anneke heeft dus gelijk dat het beter zou zijn om voor R7 een regelbare weerstand te gebruiken.
De roosterdetector kan dan aangepast worden op de sterkte van het toegevoerde gemoduleerde hoogfrequent signaal. In vroegere tweekringers waarin een schermrooster lamp als hoogfrequent versterker werdt gebruikt , kon men de detector plaat spanning instellen middels een PILOT resistograd, een kooldruk regelaar die vanaf oneindig tot geheel ingedraaid ongeveer 5 Kohm bereikte. Deze was meestal achterop het toestel gemonteerd. Op de eerste bijeenkomst van 2007 werd ook in het Radio Café dit toestel gedemonstreerd . De serieuze verzamelaars van de NVHR hebben met aandacht de voordracht over deze ontvanger gevolgd, maar vonden dit bouwsel met de verhuistrafo als koppel element een misleidende vervalsing . Vooral ook, omdat het nog is voorzien van het originele merkplaatje "Schaleco-Radio". Als ik het als een origineel chassis van een VE301W zou verkopen kan ik ze geen ongelijk geven, dan is er sprake van boos opzet. Ik heb gebruik gemaakt van de toevallig aanwezige beschikbare componenten om dit toestelletje samen te stellen. Laat ik het dan maar een Alkmaarse eenkringer noemen. Tijdens de voordrachten wordt gebruikgemaakt van een
kleine raam antenne met een ingebouwde hoogfrequent versterker met een EF80. De benodigde spanningen worden verkregen uit het toestel waar het op aangesloten wordt. Een reuze handig apparaat als men geen antenne bij de hand heeft. Iets wat met de lezingen en voordrachten meestal het geval is.
Ik kan het iedereen aanbevelen zo iets aan te schaffen, met enige handigheid is een voeding in te bouwen .
P van SchagenHet verhaal begon met het plaatsen van een advertentie op marktplaats. Een
Volksontvanger VE301W uit 1935 zonder kast. Al direct werd er op geboden door
een vriendelijke mevrouw uit Amsterdam , die het geld zo snel mogelijk zou
overmaken. Ik kreeg ook het adres waar het heen gestuurd moest worden. Echter na
twee weken was er nog niets bijgeschreven op mijn rekening en ik kreeg het
gevoel dat een en ander niet klopte. Iets wat wel meer gebeurd, grappenmakers
die meebieden en verder niets meer van zich laten horen. Juist op dat moment
werd ik gebeld door een aardige meneer op leeftijd , die zocht naar een
eenvoudige eenkringer met terugkoppeling. Hij had lang geleden zoiets zelf
gebouwd en had daar nog leuke herinneringen aan over gehouden. Ik vertelde hem
dat ik een Volksontvanger chassis te koop had, een toestel dus zonder kast en
luidspreker. Dat was voor meneer geen probleem het mocht ook wat anders zijn als
het maar met terugkoppeling is uitgerust . De doos met het reeds ingepakte
chassis kreeg er dus een nieuw adres op geplakt. Beide betalingen kwamen de
volgende dag vrijwel gelijktijdig binnen. Achteraf bleek dat de mevrouw uit
Amsterdam mijn giro nummer verkeerd had ingevuld en het verlangde bedrag later
weer opnieuw op de juiste rekening had gestort. Ik kon er niet onder uit het
adres weer te vervangen en het pakket naar de eerste bieder te sturen. Nu moest
ik voor die aardige meneer met enige haast een andere gelijkwaardig toestelletje
zoeken. Geen eenvoudige opdracht maar het stond mij bij dat een goede kennis
Gyula Kiss nog eenzelfde chassis van een Volks ontvanger had staan. Na een
telefonisch contact werd dat bevestigd en nog diezelfde avond reed ik naar zijn
huis. Het bleek slechts een zwart gespoten lichtelijk gedeukt chassis te zijn
met drie vijfpens lampvoeten , een variabele mica condensator en een spoel. Een
losse afstem condensator werd ook nog gevonden na wat speurwerk in een oude
kartonnen doos. Het zou nog een klus worden om daar in korte tijd een
volwaardige ontvanger van te maken die ook nog een beetje op een volksontvanger
zou lijken. Een passende voedingstrafo was gauw gevonden echter wel met twee
maal 6,3 volt gloeistroomwikkelingen. Niet onoverkomelijk, met wat serie
weerstanden van voldoend wattage is dat te ondervangen. Met de welbekende wet
van ohm komen we dan op de volgende waarden. Voor de gelijkrichter 1805 een
weerstand van 2,3 ohm en voor de beide ontvangst lampen E424 en C453 een van 1,8
ohm. Het heeft zelfs het voordeel dat het ook nog bescherming geeft tegen de
inschakelstroom van de lampen. Moeilijker werd het om een geschikte laagfrequent
trafo te vinden. Nu zou weerstands koppeling natuurlijk ook mogelijk zijn , maar
dat beetje extra versterking leek mij wel nodig om toch een redelijk signaal te
kunnen produceren om een luidspreker aan te sturen. Geen enkele trafo was klein
genoeg om tussen de beide lampen op het chassis te plaatsen. Uiteindelijk kwam
ik op het idee om een kleine zogenaamde verhuistrafo te gebruiken, zo,n
eenvoudig type met één wikkeling met een aftakking in het midden. De verhouding
is dan toch 1 op 2. Naar het rooster van de eindlamp is dan natuurlijk toch een
koppelcondensator nodig. Blijft de vraag of deze trafo direct te plaatsen in het
plaat circuit van de detectorlamp of de detector lamp te voorzien van een anode
weerstand en de trafo in het rooster circuit van de eindlamp. De eerste methode
bleek gunstiger te zijn om soepeler te kunnen terugkoppelen. Een weerstand van
10Kohm is gebruikt ter vervanging van een hoogfrequent smoorspoel, dit wordt
veelvuldig ook in andere ontvangers toe gepast. Een condensator in de grote van
1000 pF is parallel aan de trafo geplaats om het resterende draaggolf signaal af
te voeren. Misschien lijkt deze transformator schakeling wat vreemd maar in
duitse ontvangers kom je dat regelmatig tegen, alhoewel de trafo verhouding dan
natuurlijk minstens het drievoudig is.
Noot van de webmaster: dit verslag is niet gecorrigeerd en foto's komen niet!.
Commentaar mag u altijd leveren. Klik dan HIER!
Terug naar Wormerpagina
Terug naar STARTPAGINA (met dank aan Philips-Service Nederland)